witte-kerkje02.jpg

Van de predikant

In the name of the bee,
And of the butterfly,
And of the breeze, amen

Zo dichtte ooit de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson met een knipoog naar de leer van de Triniteit, het dogma van de Goddelijke Drie-Eenheid.
In deze periode na Pasen klinken verhalen over een God, die drie-in-één zou zijn.
Vader, Zoon en Geest, die niet slechts drie zijn maar ook één, is misschien wel het meest centrale, maar ook het meest onbegrijpelijke leerstuk van het christendom. Het is overigens voor jodendom en islam een ergernis, want een belediging van God. God kan toch niet anders zijn dan: één. ‘Hoor Israël, de Heer is onze God, de Heer is één’, is de centrale belijdenis van het jodendom. En dan zitten christenen te knutselen met de interne verhoudingen van God: een Vader, een Zoon en ook nog eens een Geest ...
In de geschiedenis van de kerk hebben mensen elkaars hoofd eraf gehakt of werden er ketters verbrand die het maar een ingewikkeld verhaal vonden. Gelijk hadden ze wel, die critici. Maar mensen konden het niet aan, om toe te geven, dat er in zaken van het geloof nu eenmaal geen zekerheid te vinden was. Wie ketters veroordeelde, deed dat tenslotte niet om God te beschermen, maar om zijn eigen onzekerheid, ongeloof en twijfel de mond te snoeren.
vandepredikant01

Theologie en in het bijzonder dogmatiek wil soms een wetenschap zijn, waarin uitgelegd wordt hoe God in elkaar zit.
In het verleden hebben theologen zich niet alleen uitgelaten over spitsvondigheden als de vraag naar het aantal engelen dat op een speldenpunt zou kunnen zitten, ze hebben ook overwogen wie of wat God zou kunnen zijn.
Vanuit het jodendom had het christendom een beeld mee gekregen van een God die de Schepper was van hemel en aarde. Hij ontfermde zich over de mensen die Hij gemaakt had. Hij ging een verbond met hen aan. Modern zou je zeggen: God en mens sloten een deal. Als jij wat voor mij doet, doe ik wat voor jou. Wie leefde naar Gods wil, mocht rekenen op Gods steun. En als een van de partijen zich niet aan de afspraak hield, kon je die partij erop aanspreken. Zo stuurde God profeten om zijn volk bij de les te houden. Maar ook mensen konden God erop aanspreken als het niet OK was wat hij deed. Abraham vond het niet goed dat God in Sodom en Gomorra de goeden met de kwaden zou laten lijden. En Job vond dat hij alle reden had om God tot de orde te roepen toen hij onrechtvaardig moest lijden.

In de mens Jezus van Nazareth herkenden zijn volgelingen niet zomaar een bijzonder mens. Hier sprak iemand, die het goddelijke wel heel dichtbij bracht. Hij was meer dan een profeet. Hij was een heraut van Gods werkelijkheid, als hij vertelde over Gods heerschappij die zou aanbreken. Het Koninkrijk van God. En toen hij eenmaal gestorven was aan het kruis en voor hun gevoel nog voortleefde, krijg hij een bijna goddelijke status. Je ziet het in de loop van de Evangeliën zoals die in de loop van de tijd ontstonden. De schrijver van het oudste evangelie Marcus schreef nog heel ‘down-to-earth’: Jezus was voor hem een gewoon mens, zeker niet gelijk aan God. Johannes die dertig jaar later schreef, maakte van Hem een vreemdeling uit de hemel, die al van voor de Schepping bestond. Jezus als God werd toen geboren.
Er werden verhalen verteld, er was inspiratie. Mensen wilden proberen het verder te vertellen. Maar om het te vertellen, wilden ze meer in handen hebben dan een paar verhalen. Het werd gesystematiseerd en zo werd het verhaal over Jezus van een inspirerende ervaring die de moeite was om door te vertellen, een goddelijke waarheid die voor altijd en eeuwig vast lag. Oorspronkelijke inspiratie en een enthousiast verhaal werd tot onderwerp van leergeschillen en van concilies waar bij meerderheid van stemmen – of meerderheid van legers – besloten werd hoe de hemel in elkaar zit.
Concrete inspirerende ervaringen van mensen die met enthousiasme vertelden over wat ze meegemaakt hadden of wat hun inspiratie in het leven gaf, werden tot een leerstelling of een dogma. Zo werd ook de inspirerende ervaring van Pinksteren waarin Gods Geest opeens begon rond te vliegen en mensen in vuur en vlam zette, aanleiding om te spreken over een aparte persoon binnen een goddelijke driehoek van Vader, Zoon en Geest.

Nu is het natuurlijk heel makkelijk om daarmee alles wat te maken heeft met de Drie-eenheid naar het rijk der fabelen te verwijzen en er niets mee te maken te willen hebben.
Ik ken vrijzinnige collega’s die het volstrekt verwerpelijk vinden om over de Drie-eenheid te spreken: daar geloven wij toch niet in? Voor mijn gevoel nemen zij hun theologie of hun geloof te serieus.
‘Alle religieuze taal is poëzie’ betoogde mijn collega Peter Korver ooit in een prachtig artikel over poëzie. Alle woorden die wij in onze diensten gebruiken, kunnen niet anders zijn dan beeldspraak. Wat wij over de hemel weten, is niets anders dan onze eigen inspiratie en ons eigen geloof. Al mogen we ons daarin geïnspireerd weten door alles wat andere mensen voor ons hebben gezegd en gedaan.

Wat wij doen, is ons aansluiten bij die generaties mensen die zoekend in het moeilijke bestaan van alle dag stonden, maar zich soms ook gevonden of gedragen wisten door een werkelijkheid die hen oversteeg. Die naar de hemel keken en in de schoonheid van de Schepping Gods liefde probeerden te ervaren. Die stamelend naar woorden zochten om iets van hun inspiratie aan anderen te kunnen vertellen.

In the name of the bee,
And of the butterfly,
And of the breeze, amen

vandepredikant02Dat is wat wij in onze geloofsgemeenschap ook doen. Wij proberen niets anders dan ons zoekende en tastende bestaan te laten aansluiten bij anderen, voor ons, met ons en na ons, door met elkaar iets te delen van ons enthousiasme voor ons bestaan. Wat volstrekt onbenoembaar is, noemen wij God of Heilige Geest. In een ongrijpbare mens van twee duizend jaar geleden zien wij een beeld van hoe wij denken dat mensen bedoeld kunnen zijn: leven vanuit liefde, barmhartigheid en vergeving. Oog hebbend voor onze medemensen, onze naasten, en gedragen door een werkelijkheid die we niet kunnen vatten, die we op onze meest durfachtige momenten God willen noemen.

Het is alles een boodschap over een Scheppende Vader of Moeder, die voor ons een voedende bron kan zijn in deze wereld. Over een Mensenkind dat het beeld is van de mens bij uitstek. Die mens die de liefde centraal zet, die niet definitief ten onder kan gaan. Want sterk als de dood is de liefde. En ten slotte een Geest, een bron van enthousiasme, die alles in vuur en vlam zet.
Mogen wij een gemeenschap vormen

in de naam van die Bron,
die Liefde
en die Inspiratie.

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Zoeken

ANBI

Afdeling Baarn van de
Vrijzinnigen Nederland

Kampstraat 8
3741 AR Baarn
RSIN: 800-11390

 

Facebook Image

Bestuur

G.J. Oldekamp Voorzitter

C.G. Bakker-Hänisch ten Cate Secretaris
Tel.: 035-5416926

A.M. Janson-Snel Penningmeester

De bestuurders zijn onbezoldigd.

De voorgangers worden bezoldigd conform Centrale regeling van het hoofdbestuur te Amersfoort.

De balans, de staat van baten en de toelichting kunt u hier downloaden.

Predikant

Ds. Evelijne Swinkels-Braaksma

Reinoutsgaarde 26
3436 RB Nieuwegein

Verhuur Witte Kerkje: 

Mw. Annette Alberts

email

NPB_INT_front.jpg
© 2016 Witte kerkje Baarn